Het Zuiden dinsdag 4 oktober 1994

 

Korenmolen De Zandweg:

van bedrijvig gemaal tot monument.

 

Om er achter te komen hoe het er vroeger op de molen aan toe ging, werd een oor te luisteren gelegd bij de 86-jarige heer A. Otto. Hij was de laatste molenaarsknecht op De Zandweg.

 

Voor de Tweede Wereldoorlog was er een grote vraag naar tarwemeel. Het was crisistijd en velen bakten hun brood zelf. In die tijd was de molen in handen van Verrijp, een telg uit een echte molenaarsfamilie. Maar in 1933 nam de overheid een besluit dat betrekking had op het malen van tarwe waardoor veel kleine molenaarsbedrijven hun deuren moesten sluiten.

Ook konden velen de concurentie met de meelfabriek, die veel goedkoper kon leveren, niet meer aan. Ook Verrijp was genoodzaakt te stoppen met zijn bakkersgemaal en hij verkocht in 1934 de molen.


 

Bezorger

 

Otto kwam in die periode (tussen 1934 en 1955) als bezorger op de molen werken. In die tijd woonde Otto in één van de arbeidershuisjes die schuin tegenover de molen staan. Ze behoorden vroeger bij de boerderij die op de plek stond waar zich nu landhuis De Oliphant bevindt. ''Eerst werkte ik bij Konings aan het Korperpad. Dat was een kleine maalderij waar

gemalen werd met stenen die door een ruwoliemotor werden aangedreven. Daar werkte ook ene Lamens die voor zichzelf wilde beginnen op de molen aan de Kromme Zandweg. Er werd echter wel een voorwaarde gesteld : hij mocht geen klanten van Konings afnemen'', begint Otto zijn verhaal. Dus toen Verrijp de molen verkocht, nam Lamens het roer over en werd Otto bezorger op De Zandweg,

'' 's Morgens om een uur of zeven sloeg ik eerst de zakken aan die dan met het luiwerk omhoog werden gehaald. Wanneer Lamens voldoende voorraad boven had staan om te malen, ging ik op pad. Meestal werd er meel bezorgd bij de boeren in de omtrek, zoals Pernis of Barendrecht. Maar soms ook wel wat verder weg, in Zwijndrecht. Dikwijls gebeurde het dat ik  aan het eind van de middag, wanneer ik terugkeerde op de molen, nog ergens een vrachtje naar toe moest brengen. Dan was ik soms om acht uur pas weer terug.''

 

Voor de oorlog bezorgde Otto nog met paard en wagen, maar later kwam daar een vrachtauto voor in de plaats. Het te malen graan, tarwe en gerst, werd ook bij de boeren opgehaald. Die werden toen veel verbouwd in de omgeving van Baren-drecht. Zeeuwse of Amerkaanse tarwe kwam per schip in de haven van Rotterdam.

 

 

''Gescholden''

 

Maar het kwam ook regelmatig voor dat hij op de molen werkte om te malen. Otto : ''Het mooiste was om te malen met een oostenwind. Wanneer de wind dan soms dagen achtereen gelijkmatig waaide, ja dan was het best fijn werken.'' ''Maar'', zo vervolgt hij, ''ik heb ook weleens gescholden op die molen. Het was 31 maart 1943. De hele dag waaide er al een storm achtige zuidwestenwind. Aan het eind van de dag had ik de molen stil gezet en aan de ketting gelegd. Toen ik naar binnen wilde gaan en de haak van de deur afhaalde, sloeg een harde rukwind de deur tegen mijn schouder en ik werd op de maal-zolder gesmeten. Ik heb daar op de zakken liggen creperen van de pijn. Uiteindelijk bleek mijn schouder gekneusd''.

 

 

Vakmanschap.

 

Toch kwam ookVerrijp, die nog steeds naast de molen woonde, regelmatig op De Zandweg werken. Tarwemeel malen vereist meer vakmanschap dan veevoer maken en daar was de oude molenaar uitermate vakkundig in. Ook bilde hij de stenen wanneer ze bot waren. Volgens Otto was Verrijp eigenlijk toch wel de laatste ''echte'' molenaar op De Zandweg. Later werden stenen ook nog wel gebild door Karel Viets, een molenaar die veel wist over molens en het weer. Na de oorlog is de molen verkocht aan de Groningse Slump. De molenwinkel in het naastgelegen pakhuis liep goed. Eens in de veertien dagen ging Otto drie á vier ton bloem halen bij ene Koot. ''Ook al werd de bloem niet op de molen zelf gemaakt, bij de mensen leefde toch de gedachte : wat je op de molen haalt, is goed'', weet Otto. Naast de winkel in het grote pakhuis lagen twee koppels stenen die aangedreven werden door een electromotor. Het ene koppel werd gebruikt om te malen, het andere om te breken. Toch werd die motor vanwege het hoge energieverbruik zelden gebruikt. Otto : ''We maalden liefst elk windje af met de molen.'' In de molen op de begane grond stond een zeldzame hamermolen. Volgens Otto maalde deze molen zo heet dat wanneer je een zak van 50 kilo had afgewogen deze de andere dag, nadat het meel was afgekoeld, nog maar 43 kilo woog. Verder stond er nog een verrijdbare graanreinigerdie het vuile graan zeefde. Op de eerste zolder stonden de koekenbreker en de haverpletter. Beide machines werden aangedreven op windkracht. ''Er werd vroeger veel haver voor paarden geplet. Buurman Hofstede had altijd verschillende paarden rondlopen.'' De heer Hofstede was de laatste bewoner van het oude molenaarshuis achter de molen. ''De veekoeken kwamen aan in kisten van 125 á 150 kilo. Voorzichtig werden de kisten met het luitouw naar boven gehesen. En dan elke keer maar weer hopen dat het luitouw het niet zou begeven.'' De veekoeken werden in een koekenbreker gestopt en gebroken tot veevoer. Grote restauraties kende men vroeger niet. Alleen het hoognodige werd uitgevoerd. In de tijd dat Otto er werkte, is het baliehek een keer vernieuwd. En op last van de brandweer werd een bliksemafleider aangelegd.

 

 

In verval

 

Ook kon de molen een keer niet draaien, omdat de binnenroe tegen de balie opliep. De Zandweg heeft in 1953 voor het laatst met windkracht gemalen. De molen raakte in verval en in 1959 verkocht Slump het gemaal aan de gemeente Rotterdam. Onder leiding van architect K.Kremer van de dienst van Gemeentewerken werd deze molen gerestaureerd. Otto was inmiddels teruggekeerd naar Konings waar hij nog tot aan zijn pensioen in 1973 heeft gewerkt. In datzelfde jaar kwam Leen Sprong als vrijwillig molenaar op de molen. Sprong werkt als beroepsmolenaar op molen De Palmboom in Schiedam. Op De Zandweg wordt hi nu bijgestaan door twee vrijwilligers; Joop Roos en Remon Zwarts die er ook regelmatig mee draaien. Maar juist de hoge bomen van het Zuiderpark voor komen dat de molen voldoende wind kan vangen om te malen. De Zandweg is nu echt een monument in plaats van een bedrijvig gemaal. Het relaas van de heer Otto is opgetekend door molenaar Leen Sprong. Hartelijk dank voor het uitwisselen van documentatiemateriaal.

 

*aanvulling: Acht jaar na het verschijnen van dit krantenartikel is dhr.Otto op 94 jarige leeftijd overleden in 2002.

 

 

Herinneringen van een dienstmeisje : Mevrouw S.van Houwelingen - Scholts.

 

Zaterdag 20 juli 2013 kregen we bezoek op de molen van een bejaarde dame die nog als dienstmeisje had gewerkt in het molenaarsgezin op De Zandweg. Mevrouw S.v.Houwelingen-Scholts, mailde mij haar herinneringen uit die tijd, méér dan 60 jaar geleden :

 

In ...1949 kwam ik als meisje van ongeveer 15 jaar, werken bij het gezin van molenaar U.J.Slump. Het bestond uit vader, moeder, 4 jarig dochtertje Annet en 2 jarig zoontje Anne-Harm. Later kwam er nog een dochtertje bij, Gertie. Eerst werkte ik alleen in het huis naast de molen, later ook in de molen. Om de molen was een gebouw dat als opslagplaats voor hooi, stro en zakken graan dienst deed. Een gedeelte daarvan was ingericht als winkel met een toonbank met een weegschaal en een eenvoudige kassa. Verder waren er schappen waarin alles lag wat er te koop was. Allerlei soorten graan, bruine bonen, erwten, spliterwten, duivenbonen en mais. Ook was er al voorgemengd kippen- en duivenvoer. Voor zwaardere zakken was er een bascule. Veel ging per 5 of 10 kilo. Normaal gesproken haalde de mensen zelf het voer, maar voor enkele ouderen bracht ik het met de fiets bij hen thuis.

Soms moest ik een 50 kg zak openmaken om iets aan te vullen. Dan sprong er weleens een muis uit. In de molen werkte een vaste knecht: Janus van ongeveer 45 jaar. Daarbij waren er ook wel losse knechten maar die waren er nooit lang. Ik heb wel eens meegeholpen in de molen bij het aanslaan van de zakken graan die naar boven moesten om gemalen te worden. Janus kon ze dan omhoog halen. Ook het dichtbinden van de zakken heb ik van Janus geleerd. Slump zelf hielp volgens mij nooit mee in de molen. Die ging naar de beurs en de boer op, want er was ook de fouragehandel, stro, een paar soorten hooi en turfmolm.

Wat daarvan afviel werd voor een paar centen in de winkel verkocht. In de winter werd aan de overkant van de Kromme Zandweg, een weiland onder water gezet. Dat was voor de ijsclub. Voor en in mijn tijd werd als de ijsbaan open was, op de molen de vlag gehesen als teken dat je terecht kon.Wij waren als gezin al jaren lid van de ijsclub, dus heb ik er heel wat geschaatst. Naast het huis en de molen lag een kleine boomgaard met perenbomen, als ze rijp waren werden die nog ouderwets geweckt. Ik heb er heel wat geschild en gegeten. In 1952-1953 heb ik de molen vaarwel gezegd.

 

Molen de Zandweg | Kromme Zandweg 99 | 3082 PZ Rotterdam | Tel. 06-310 410 06 | zaterdagmiddag geopend